Voor geïnteresseerden 

Jagers & voorjagers

Zweetwerk in de praktijk.

Zweetwerk is een samenspel tussen baas en hond.Als na een erg lange nazoek het dode of gewonde stuk grofwild gevonden wordt, geeft dit een fantastisch gevoel van weidelijkheid en waardering voor de kwaliteiten van de hond.

Het uitwerken van een praktijkspoor is voor de hond heel anders dan een kunstspoor.Tijdens het praktijkspoor krijgt de hond ook steun van de angstlucht, dit is met een oefenspoor niet na te bootsen, doch veel trainen op kunstspoor en heel veel geduld hebben met de training is een must, alvoor je uberhaupt aan een natuur nazoek kunt beginnen met je hond.

Advies van mij is leer zelf te zien wat voor schot het is geweest, lichtgekleurd blaasjeszweet kan een longschot zijn.Donkerzweet met wat groene darminhoud kan een geweide schot zijn.

Liggen er op de aanschotsplaats botsplinters en snijhaar, dan is het meestal een loperschot.Ligt op de aanschotplaats alleen snijhaar en geen of enkele druppeltjes zweet en wat stukjes vlees zou het een krelschot kunnen zijn(hoog in de rugwervel geraakt).Gewoon gekleurd zweet met wat snijhaar komt het meest voor, geef het stuk tijd om te sterven.(c.a 4 uur)Een belangrijk aandachtspunt is dat je altijd aan de schutter moet vragen hoe het stuk reageerde op het schot.Een tip voor jagers als het stuk afspringt kijk voorzichtig op de aanschotplaats en maak een waarneming, doorloop niet het gehele spoor als het stuk er niet ligt.Bel een nazoekteam en ga niet zelf zoeken met een hond (er wordt bijna altijd nagezocht met eigen hond, ook al zegt men van niet) De nazoek met een nazoekteam is en blijft een dienstverlening aan de fauna en het faunabeheer, gericht op het voorkomen van onnodig dierenleed.

Leer in het veld goed te zien!!!kijken kan iedereen.

Waidmannsheil, 



Breuken een traditie om te eerbiedigen.

In de jagers wereld en bij zweetwerk wordt gebruik gemaakt van zogenaamde breuken, afgebroken dennetakjes van bomen ter plaatste, met dit takje wordt eerst door de schotwond gewreven waarna de breuk wordt aangeboden met de linkerhand, aan de binnenzijde vastgehouden van een hoed, aan de schutter met de woorden Waidmannsheil, de schutter zal deze aannemen met de worden Waidmansdank en steekt een deel in de vang van het stuk wild, de rest van de breuk plaatst hij rechts op zijn hoed.Wordt het stuk gevonden met een nazoek zal de hond van het nazoekteam ook een deel van de breuk ontvangen, van de schutter voor de goede nazoek.De zweethond begeleider plaats dan de breuk aan de halsband van de hond.